Tuesday, September 18, 2007

Phil Minton: Soms doe ik mijn jas zelfs niet uit!

In de meer dan 100 releases die in de discografie van Phil Minton staan, vinden we maar bitter weinig solo werk terug. Het is dan ook een uniek moment dat de man solo optrad op het (kraak)³ festival in maart dit jaar. Daarom is het dus niet meer dan normaal dat er een blog aan dit genie gewijd wordt! Minton houdt van collaboraties en verandert zijn bezettingen dan ook op constante basis. Phil Minton staat voor spontaniteit en gelooft niet echt in composities of organisatie. Een mooie anekdote komt van multi-instrumentalist David Coulter: “Er is een opname waar ik iets doe met Phil Minton. Ik kende Phil zijn partner, Judith Knight, al een aantal jaar maar veronderstelde dat de man het te druk zou hebben om iets samen met me te doen. De dag dat de opname gebeurde was mijn eerste ontmoeting met Phil Minton. We praatten, later kijkt hij naar mijn performance en volgt die gedreven. Op een bepaald moment kwam hij vanuit het publiek naar voor, deed zijn jas uit en we begonnen samen te spelen. Zonder enige vorm van planning. Spontaniteit en een gezamenlijke liefde voor ruimte, tijd en geluid.” Minton zelf blijft er allemaal heel kalm bij: “Soms doe ik mijn jas zelfs niet uit.”


Van sirenes tot Jackson Pollock

Phil Minton zit rustig in mijn Mitsubishi en zegt geen 2 woorden. Je merkt dat hij het na verloop van tijd beu wordt als iedereen plots begint over zijn performances, 'alsof hij over niets anders kan praten'. Ik begin wat te praten over George Bush, de Irak-oorlog en de Sex Pistols. Minton komt los en na een dungerold sigaretje gerookt te hebben komt de man los. “Eén van mijn eerste herinneringen uit de vroege jaren 40 was het intrigerende geluid van een sirene. Je wordt verondersteld bang te zijn van een sirene, maar voor een 3-jarige was het fantastisch. Je wordt gewoon geknuffeld door dat geluid. Wist ik veel dat het een waarschuwing was voor de Duitsers en hun bommen. Ik vond het geluid van die sirenes prachtig.” De echte muzikale interesse kwam er toen Minton op zijn 15-jarige leeftijd voor de eerste keer Louis Armstrong hoort. Aangezien hij toch al aan het overwegen was om sax te spelen, en een trompet er met 3 pistons makkelijker uit zag om te spelen, was zijn beslissing snel gemaakt. Hij zou trompet gaan leren. Hij raakte beïnvloed door de muziek van Miles Davis, Dizzy Gillespy en later ook vooral John Coltrane. Door John Coltrane en hard-bop ontdekte hij de mogelijkheden van de jazz. “Bop en Hard bop waren de enige muziekgenres in de jaren 50 waar radicale jongeren zich mee konden identificeren.” Aldus Minton. Omdat hij in geboortestad Torquay geen leraar kon vinden die hem iets kon leren over deze nieuwe jazz, leerde hij vooral zichzelf. Doordat hij uit een familie van extreem goede stemmen kwam (zoals hij zelf zegt) werd ook hij snel vocalist. Hij speelde voor vrij traditionele jazzbands als Brian Waldron Quintet, the Ted Heath Orchestra en B. Bumble and the Stingers. Dé grote revelatie kwam er toen Minton Action Painting ontdekte en geobsedeerd raakte door het werk van Jackson Pollock. “Pollock had exact diezelfde energie als de bop-beweging. Energie werd een concept voor mij en abstract expressionisme een manier om me te laten zingen wat ik voelde.” Hij begon met een paar vrienden een action music project waarbij hij vooral heel vocaal en fysisch te werk ging. Zonder echt te weten waar ze mee bezig waren deden ze 1 optreden, zonder publiek.



Stemmen, Jazz, Jazz, Stemmen

De jazz werd voor Minton interessant in 1963 wanneer hij ging spelen bij de band van Mike Westbrook, één van de meest interessante bigband leaders uit de Europese jazz/freejazz scène. Op deze manier kon Minton zich focussen op de muziek die hij wou maken. Hoewel hij enige credibiliteit begon te krijgen als trompettist was het zijn ambitie om te doen wat hij altijd al wou doen: spelen met zijn stem. Hij verliet Westbrook in 1964 om eerst voor een relatief korte tijd op de Kanarische eilanden te gaan spelen met de vrijwel onbekende "Jonston Macphilbry band”. Daarna vertrok hij voor een aantal jaar naar Zweden waar het eerste Phil Minton Quartet gevormd werd. De opnames gebeurden in 1969 en zouden pas in 1999 het levenslicht op cd zien. In 1971 begint hij terug te spelen met de Mike Westbrook band. Vanaf dan begint er voor Minton een wervelwind van opnames, collaboraties, performances die hem na verloop van tijd een cultstatus geven.

Hij werkt met theater groepen als Welfare State en IOU en vormt zijn eigen vocale groepering onder de naam “Voice”. Vanaf 1976 werkt hij vooral solo en vormt hij regelmatig duo’s met ondermeer: Fred Frith, Ruger Turner en Peter Brötzmann. Hij toert intensief de wereld rond en blijft gelijkgestemden zoeken om mee samen te werken. De hele ADHD wervelwind wordt in 1988 beloond wanneer Minton verkozen wordt als beste mannelijke zanger in Europa door het internationaal jazz forum.

Roof

De agressievere zijde van de experimentele muziekscene leert hem vooral kennen dankzij het project Roof dat hij deelde met Luc Ex, Tom Cora en Michael Vatcher. Muzikaal wisselden strakke postpunk-achtige klanken zich af met pure jazz improvisatie. De band speelde een aantal legendarische concerten tot het plotse overlijden van Cellist Tom Cora. Veryan West vervoegt de band en ze toerden in 1999 terug onder de naam 4 walls. “Which side are you on” is de laatste plaat van dit project en dateert van 2004. Hoewel de plaat vooral een ode is aan de overleden Paul Haines bevat ze ook een aantal prachtige bewerkingen van Brel (Ces Gens-la), Robert Schumann (I’m Rhein) en hét Amerikaanse vakbondslied “which side are you on?”. De song “'The Skunk Hath Farted” bevat een tekst die vaak op KKK-websites te vinden valt en een hilarische bewerking van schrijver Lou Glanfield als tweede strofe. Na deze plaat en de bijhorende tournee was het even stil rond de band, maar Minton geeft hoop. “We hebben momenteel een band onder de naam “no walls”. Het zijn dezelfde leden die werken zonder structuren of afgemeten brokken muziek. We zullen voor de eerste keer in Bratislava spelen in juli”.

Phil Minton Feral Choir

Daar waar Minton zich in interviews vaak laat verleiden om scherpe oneliners te geven, praat hij heel graag over zijn Feral Choir project. Hij begon dit project in de late jaren 80, met het oog op het geven van workshops die handelen rond de menselijke stem. De meeste mensen die deelnemen aan het project zijn amateurs die nooit zongen in hun leven. Maar na elke workshop worden één of meerdere toonmomenten gegeven. “De meeste zangers met wie ik werk, zijn ervan overtuigd dat ze niet kunnen zingen. Mijn ervaring met dit project heeft me overtuigd dat er zoveel meer met de menselijke stem kan gedaan worden dan men meestal aanneemt. In mijn workshops moedig is de deelnemers aan om te realiseren dat iedereen die kan ademen perfect in staat is om geluiden te creëren die een positieve esthetische bijdrage kunnen geven aan het culturele patrimonium. De meeste deelnemers hebben op dat moment geen enkele culturele affiniteit of referentie.” De workshops beginnen meestal met een soort lachoefening, die de stem op een non-verbale manier laat spontaan, inventief en extreem laat wezen. “De workshops hebben zo ook een heel positieve impact op de deelnemers. Ik probeer lang genoeg te blijven zodat ik een soort erfenis kan nalaten. Op die manier kan het koor verder gaan nadat ik weg ben.” Hoeveel koren Phil Minton intussen al rondlopen heeft is niet meer bij te houden, maar het zullen er intussen een 30-tal zijn.

Songs from a prison diary

Vaak wordt de naam “Phil Minton” in 1 adem gebruikt met de enige compositie die hij ooit maakte. “Songs from a prison diary” (naar de gedichten van Ho Chi Minh) is een compositie van Minton. Er bestaat dus ergens een uitgeschreven versie van het werk, iets dat niet eigen is aan de tot dan toe principiële improvisator. Terwijl Minton zich bezig hield met improviseren, schreef pianist Veryan West de improvisaties uit. De compositie was alleszins sterk genoeg om in 1991 de Cornelius Candew compositieprijs te winnen. Ondanks enkele uitzonderingen zoals deze “Songs of a prison diary” werkt Phil Minton zelden tot nooit met literatuur. Nochtans behoren een aantal van zijn meer succesvolle werken (Mouthful of destiny en het eerder genoemde “which side are you on) tot die aan literatuur gewijde platen. Minton profileert zich dan ook niet als iemand die gedichten voordraagt. Zijn vocale prestaties gaan van hoesten over blaffen tot hikken, van snuiven tot een soort van psychotisch Donald Duck geschreeuw. “Mijn vocabulaire bestaat vooral uit geluiden die staan voor emoties die vaak in contrast zijn met wat ik voel; “ voegt hij hier zelf aan toe “meestal ben ik heel goed gezind als ik zing.”

Een live-performance van Phil Minton is, gezien de aard van de geluiden die hij produceert, dan ook altijd een hele belevenis. De manier hoe hij vaak de meest extreme gezichtsvervormingen ondergaat, in de meest ongemakkelijke poses gaat bewegen om toch maar dat ene geluid uit zichzelf te krijgen is an sich al theatraal genoeg om te zien. Het is dus niet zo verwonderlijk als stemkunstencollega Paul Dutton over hem zegt dat hij de enige action painter was die met geluid werkte.

No comments: